Bezienswaardigheden
 
 

Aljezur
Aljezur lig top de grens van de Alentejo, het gebied aan de andere kant van Tejo, en is daarom een soort exclave van de Algarve. Door de ligging aan de Atlantische Oceaan heeft een volledig ander karakter dan de plaatsen in het zuiden. De stranden zijn ruig en winderig en hebben iets gemeen met die van Monte Gordo of Albufeira. De zee is aanmerkelijk koeler, zodat de stranden zo verlaten zijn als ergens anders in het zuiden. De stad wordt gedomineerd door een in verval geraakt Moors fort met typische ronde torens en een cistere. In 1246 werd ze veroverd en verwoest. De voornaamste kerk van Aljezur stamt uit de 19e eeuw en bezit een waardevolle beeltenis van haar beschermheilige en een gotische kelk en een manstrans uit de 18e eeuw.ook de barokke ‘Igreja Nova’, de ‘Nieuwe Kerk’ aan de rand van de stad, is een bezichtiging waard. In de omgeving van Aljezur is onlangs een toeristisch centrum, het ‘Vale da Telha’, geopend, waarbij ook een mooie camping met veel voorzieningen hoort. De stranden Arrifana en Monte Clérigo zijn vooral populair bij toeristen uit Midden-E
uropa.


Sagres

De geschiedenis van Sagres is doorweven met legenden. Het werd in 1421 door Hendrik de Zeevaarder gesticht: Op het rotsplateau zette hij een school voor zeevaarders op. In het fort van Sagres  verzamelde hij de beste zeelieden, cartografen, geografen, astronomen en andere geleerden uit zijn tijd om zich heen om zijn ontdekkingsreizen voor te bereiden. Het fort werd bij de grote aardbeving van 1755 verwoest;  een grote stenen windroos op de binnenplaats herinnert nog aan de glorietijd. Volgens een andere overlevering zou het huis van de infant 6km verder naar het zuiden aan de kaap van São Vicente hebben gestaan of in het plaatsje Raposeira. In dit dorp bevindt zich een kunsthistorische interessante Romaans-gotische kluizenaarswoning uit de 13e eeuw. Vermelding verdient de ‘capela-mor’ (hoofdkapel): de kapitelen van haar gedecoreerde, door zuilen gedragen plafond zijn gesierd met expressief gebeeldhouwde menselijke maskers. De vissersplaats Sagres zelf is ruig en winderig, de vegetatie is er schaars. Er staat pousada (luxe staatshotel) en het is een verplicht reisdoel in de Algarve.



Monchique

Het bergdorp Monchique is bekend door de zuidelijker gelegen thermen Caldas de Monchique. Het werd al in de middeleeuwen door de rijken bezocht, zoals de Romeinen dat in de Oudheid deden. Het zwavelhoudende water staat bekend als geneesmiddel tegen reumatische aandoeningen. Na het bezoek van de Portugese koning João II in de 15e eeuw werd het een elegant, modieus bad; nu straalt het een nostalgische sfeer uit. Monchique ligt aan de weg naar het hoogste punt van de Algarve, de Foia (902 m), die een grandioos panorama biedt. Aan de voet van de berg bevindt zich het oudste bouwmonument van het gebied: de ruïnes van het in 1632 door franciscanen opgerichte klooster Nossa Senhora do Restelo. Uit hetzelfde tijdvak (1680) stamt de bedevaartkapel do Pé da Cruz. De hoofdkerk met drie schepen werd in de 16e eeuw gebouwd en is in Manuelstijl bewaard gebleven. De kerk van de heilige Sebastiaan bezit een opmerkelijke beeltenis van Nossa Senhora do Desterro. De Igreja da Misericórdia is rijk aan houtsnijwerk.



Silves

De stad vindt haar oorsprong Fenicische vestiging en was ooit een van de prachtigste steden van het ‘Hispania Arabe’, het Arabische Spanje. Hier woonden Arabieren uit Jemen en voorname heren uit Maurentanië met hun gevolg, waaronder wetenschappers en dichters. Xebb, zoals de stad in de Arabische tijd heette, werd in 1189 door de Portugezen heroverd, die geholpen werden door Deense, Duitse en Hollandse kruisvaarders. Drie jaar later werd de stad heroverd door de Arabieren en in 1240 kwam ze voorgoed in het bezit van de Portugese kroon. De oude burcht boven de stad, gebouwd van leem en rode zandsteen, is een van de karakteristiekste Arabische vestingen. Op de binnenplaats bevindt zich nog en cisternengewelf, waarvan de binnenste cirkel wordt gedragen door vijf bogen die op hun beurt op vier zuilenrijen rusten. Op het hele burchtterrein zijn onderaardse gewelven te vinden, die via gelijkvloerse openingen bereikbaar zijn. De ringmuur is begaanbaar en biedt een weidse blik. De laat-gotische ‘Sé Catedral’ (hoofdkerk) is naast de ‘Sé da Guarda’ het belangrijkste godshuis van Algarve.



Vilamoura (Quarteira)

De jongste twintig jaar heeft Vilamoura zich steeds meer ontwikkeld tot het grootste en best uitgeruste toeristische centrum van de Algarve. Op een terrein van 1600 ha, dat voor het grootste deel met pijnbomen is begroeid, zijn veel recreatievoorzieningen aangelegd, zoals golfbanen, manege, casina, verscheidene hotels en vakantieappartementen. Daarbij komen nog de mooie zandstranden en een jachthaven met plaats voor ca. 1000 boten. Van de oude, langzaam gegroeide nederzettingen in dit gebied is het vissersdorp Quarteira de grootste. In het centrum tegenover de de jachthaven kon een Villa Romana geïdentificeerd worden. In de Romeinse tijd stonden hier Patriciërshuizen met zuilen, voorportalen, mozaïeken en baden. Een klein particulier museum geeft informatie over de opgravingen. Het verdedigingsfort ten oosten van het plaatsje werd pas onlangs verwoest door het zeewater. Nog verder naar het oosten ligt het archelogische centrum Loulé Velho, waar de Romeinen aangelegde bassins voor het pekelen van vis zijn gevonden (zie ook Loulé).



Faro

De industrie- en havenstad Faro is de hoofdstad en het bestuurscentrum van Algarve. De meeste vakantiegangers leren van Faro slechts de luchthaven kennen, die het knooppunt voor het toerisme in de Algarve is geworden. Faro werd al in de Moorse tijd gesticht, maar de grote aardbeving van 1755 verwoeste de meeste gebouwen in de oude stad. Het symbool van Faro is de Porta da Vila, een van de drie nog bewaard gebleven stadspoorten. In een nis boven de poort prijkt een van Italiaans marmer vervaardigd standbeeld van Thomas van Aquino, de beschermheilige van de stad. Binnen de stadsmuur ligt de Sé (voornaamste kerk), een eertijds gotisch bouwwerk, dat na de verwoesting door de aardbeving in verschillende tijdperken werd herbouwd en veranderd. Van oude kathedraal zijn slechts de Portico-toren en twee kruiskapellen overgebleven. Het kerkinterieur is voor het grootste deel in renaissancestijl gehouden; een van de kapellen is van binnen nog met de oude azulejoversiering bedekt. Opvallend zijn verder nog de kerkschat in de sacristie  en het orgel.



Faro

In de buurt van de Sé, op het Parça de Alfonso III, bevindt zich in het voormalige clarissenklooster  Nossa Senhora de Assun het Archeologisch Museum van de Algarve. Het bevat vondsten uit Milreu, mozaïeken, zuilen en kapitelen. Tot de museumstukken behoren ook een buste van de Romeinse keizer Hadrianus en een buste van de vrouw van e keizer Claudius, Agrippina. Via de stadspoort Arco do Repouso bereikt u het Largo de São Francisco met aan de heilige Franciscus gewijde kerk uit de 16e eeuw. De hoofdkapel is barok, het koor is versierd met wit-blauwe azulejos (beschilderde tegels). Ten oosten van dit plein, bij de haven, ligt het Maritiem Museum (Museu Maritimo), dat informeert over de scheepsvaart en het visserijwezen van Algarve (inclusief tonijnen- en sardinevangst). Verlaat de stad niet zonder het kerkje Santo Antonio do Alto te bezoeken. Het ligt op een heuvel (56m hoog), die uitzicht biedt over de Rio Formosa en de stad . De heilige Antonius was van geboorte Portugees; in de kerk is een klein museum ondergebracht dat aan hem is gewijd.



Loulé

De prachtig aan een uitloper van de Serra de Malhão gelegen stad in de 12e eeuw door de Arabieren versterkt. Loulé werd al door de Romeinen bewoond, zoals blijkt uit de Archeologische centrum van Loulé Velho gevonden bassins, die dienden voor de bereiding van vispasta. – zeer geliefd bij de Romeinen. Loulé is bekend om zijn fraaie schoorstenen. De Igreja Matriz (grote kerk) stamt uit 1280 en heeft een mooi portaal. De Capela dos Almas (zielenkapel) is van binnen met azulejos bekleed en bezit een renaissanceportaal uit 1591. Het altaarstuk van de S. Brazkapel stelt de patrones voor. Scènes uit het leven van Maria zijn te zien op de azulejosschilderingen van de kerk Nossa Senhora da Conceição. De ‘Igreja da Misericórdia’, gewijd aan ‘Nossa Senhora do Pobres’ (Onze-Lieve-Vrouw van de Armen), heeft een mooie deur in de Manuelstijl. De interessante ruïne van de stad is het augustijner ‘canvento da Graça’, het rijkste klooster van Loulé. Het portaal lijkt op da tvan de grote kerk; in het interieur wapenschilden, de ‘deuren van vijfhonderd’, spitsboogvensters en smeedijzeren voorwerpen.



Estoi-Milreu

Het plaatsje Estoi bezit een kerk, die in 1600 gebouwd en al in de 19e eeuw vernieuwd werd. Dorische zuilen met mooie kapitelen sieren de kerkruimte, die uit drie schepen bestaat. De kansel werd gemaakt van het marmer uit de omgeving. Tot de kerkschat behoren een monstrans van verguld zilver en een baldakijn van brokaat en damast. Even buiten de plaats ligt het kasteel van de graven van Carvahal, het is nog steeds particulier bezit. De inrichting van de 28 kamers stamt uit de 18e eeuw. Het nu tamelijk verwilderde park werd in een barokke stijl aangelegd en is versierd met standbeelden van dichters. Mozaïeken uit Genua tooien de vloer en het plafond van een kleine tempel. Het dichtbijgelegen Milreu is beken door zijn archeologische vondsten. In 1876 werd begonnen met de blootlegging van de ruïnes van de Romeinse stad Ossonoba. Volgens Paris, een Arabische geograaf, moet Ossonoba een van de mooiste steden uit die tijd en de hoofdstad van ‘Celtica’ zijn geweest.



Estoi-Milreu

Bij de mohammedaanse invasie is waarschijnlijk veel verwoest van wat de ‘ongelovigen’ hadden gebouwd. Zo bestaat er nog een tempelachtige ruïne die door de historicus Estácio da Veiga als basiliek of kathedraal werd geïdentificeerd. De bisschoppen van Ossonoba – dit is aangetoond – in de concilies van Spanje. Blootgelegd werd ook een zwemrichting met bekkens en een warmwaterbad. De mozaïekvloer bevat maritieme voorstellingen. Vermoedelijk is een deel van de zuilen, standbeelden en andere decoratieve voorwerpen gebruikt voor de bouw en inrichtingen van het kasteel van de graven van Carvahal. Andere vondsten zijn de bezichtigingen in de archeologische musea in de Algarve, o.a. in Faro en Lagos. Het bewijs dat Ossonoba eens de hoofdstad van de Kelten is geweest , kon nog niet geleverd worden. Slechts zo’n 10 km ten noorden van Estoi ligt aan de andere kant van São Brás de Alportel, te midden van amandel- olijf en sint-jansbroodbomen, het hotel-restaurant ‘Pousada de São Brás’. Het staat bekend om het schitterende uitzicht vanaf het terras op een groot deel van de centrale Algarve.



Alcoutim
De kleine stad in het grensgebied tussen de Algarve en Alejento, het gebied aan de andere kant van de Jejo, werd veroverd door de Arabieren. Haar burcht, tegenover die van Sanlúcar, werd opgericht ter verdediging van de zogenaamde metaalroute, van de rijke kopermijnen in de streek. Het slot is herbouwd; het is van historische betekenis, want hier werd de vrede getekend tussen de koninkrijken van Portugal en Castela. De plaats was al vóór de Romeinse tijd bewoond; dit bewijst het kasteel Santa Bárbara, dat op een berg boven de stad ligt. Bezienswaardig is de grote kerk met haar mooie renaissanceportaal. De kort geleden aangelegde weg langs de Guadiana heeft een van de mooiste gedeelten in het grensgebied van de Algarve ontsloten. Ongeveer 1 km ten noorden van Alcoutim ligt aan de over van de Guadiana de ruïne ‘Castro de Santa Bárbara’, te bereiken via een smal weggetje (nr. 507, niet geasfalteerd). Sinds enige tijd is er in Alcoutim een grenspost geopend, waardoor een bezoek aan de er tegenover liggende Spaanse plaats Sanlúcar de Guadiana mogelijk is geworden (alleen personenveerboot).



Tavira

Verder bezienswaardige kerken zin de St.-Anakerk, de bedevaartkapel S. Sebastião en de St.-Paul, met renaissanceportaal, mooie altaarstukken en een hoogaltaar van houtsnijwerk. Een fraaie tuin aan de rivieroever, in fin-de-siècle stijl aangelegd in het centrum van de nu niet meer in gebruik zijnde St.-Antoniusthermen, hult de stad in een waas van belle époque. Tavira is een centrum van de tonijnenvangst (begin mei tot eind augustus). Zeer aanbevelenswaardig zijn de mosselen en de voortreffelijke witte wijnen uit de streek. De geheimzinnige lichtpuntjes, die bijna elke nacht op de zee te zien zijn, komen van de lampen van de vissersboten en moeten de scholen vissen lokken. Vooral de dichtbijgelegen mooie stranden ten oosten van Tavira komen in aanmerking voor een bezoek, zoals Praia de Monte Gordo. Direct aan dit strand staat het bekende casino. De ca. 3 km verwijderde Ponta da Areira is het oostelijkste punt van de Algarve, waar de Guadiana al meer dan 2000 jaar de natuurlijke grens tussen Spanje en Portugal vormt.



Tavira
Tavira ligt aan beide kanten van de rivier Gilão. In de Moorse tijd bezat deze plaats een belangrijke haven, die nu is verzand. De Romeinse brug met zeven bogen die de rivier overspant, werd in december 1989 gedeeltelijk verwoest door overstromingen. Tijdens de grote aardbeving van 1755 werd Tavira bijna totaal verwoest door overstromingen, zodat de 18e-eeuwse bouwstijl hier domineert. Van de oude stad zijn nog resten van de Moorse versterkingswerken bewaard gebleven. Tavira werd in 1250 heroverd en gesloopt omdat de Moren zeven christelijke ridders hadden gedood.Het graf van deze ridders bevindt zich in de kerk Santa Maria do Castelo, waarvan een gotisch portaal bewaard is gebleven. De kerk bevat tevens het grafmonument van de veroveraar Paio Peres Correira. Opmerkelijk zijn ook de azulejos in de kapellen van de ‘Senhor dos Passos’en de ‘Santíssimo’, evenals het gotische gewelf van de Çapela do Senhor Morto’. Het mooiste voorbeeld voor de bouwstijl van de renaissance in de Algarve is het portaal van de in 1541 gebouwde Misericórdiakerk.



Castro Marim
Het stadje Castro Marim, oude toegangspoortnaar het Arabische Al-Garb, wordt gedomineerd door de burchtruïnes van de Christusridderorde. De ‘Ordem Militar de Cristo’werd in 1319 gesticht in navolging van de Templeridderorde. Taak en doel van deze destijds nieuwe religieuse en militaire orde was het verdedigen van het christelijke Poruggal tegen de veroveringspogingen van de Moren. Het imposante burchtcomplex is te bezichtigen; de ringmuur en enkele torens zijn goed bewaard gebelven. Binnen de burcht van de Christusorde zijn overblijfselen van een tweede, ouder kasteel gevonden, dat oorspronkleijk zou teruggan tot in de Bronstijd. De Moren hadden de burcht ongeveer 500 jaar lang bezet, voordat de christen hem in 1242 veroverden. Natuurliefhebberd zullen ongetwijfeld het natuurreservaat (onder staatstoezicht) van Castro Marim bezoeken. Het is een paradijs voor vogelkijkers, want in het ongerepte marsland zijn ook zeldzame vogels en schaaldieren te zien. Enkele trekvogelsoorten blijven hier zelfs het hele jaar.



Vila Real de Santo António

Het uitgestrekte strand van Monte Gordo, een van de warmste in de hele Algarve, ligt slecht vier kilometer verderop. Behalve talloze hotels bevindt zich hier ook een van de drie casino’s van de Algarve. Ten noorden van de stad strekt zich indrukwekkend het natuurreservaat Sapal do Castro Marim uit, waar u via de nauwkeurig uitgestippelde paden een rijke fauna en votgelwerled kunt leren kennen. Een brug wat ten noorden van Castro Marim voert naar het naburige grens- en havenstadje Ayamonte, een belanrijke handelspartner van Vila Real de Santo António. Vanaf een vuurtoren heeft men een ongelooflijk zicht. Het Museo Paços de Concelho is zeker een bezoek waard, onder andere om het houtsnijwerk van Manuel Cabanas.



Vila Real de Santo António
De oorspronkelijke stad, Vila de Santo António de Aremilha, verzonk in de zee, die in de loop van de 16e en 17e eeuw steeds meer land wegspoelde. Het vissersdorpje dat hierna op deze plaats werd gebouwd, werd door de aardbevind van 1755 verwoest. In 1774 liet minister Marquês de Pombal het dorp herbouwen, waarbij de wederopbouw van Lissabon als voorbeeld diende. De plaats werd in slechts vijf maanden uit de grond gestampt, wat voor die tijd een uitzonderlijke prestatie was. De verklaring hiervoor ligt in het grote beland van de vissershaven van Vila Real de Santo António en in de concurrentie met de naburige Spaanse haven Ayamonte. De stad kende een grote opleving aan het eind van de vorige eeuw, toen tal van visconservenfabrieken werden opgericht. Tegenwoordige leeft Vila Real de Santo António voornamelijk van het toerisme, waarbij het doorgaande verkeer uit Spanje een grote rol speelt. Sinds de nieuwe brug over de Guadiana ten nooren van de stad af is, is de aantrekkingskracht van Vila Real nog groter geworden.



Vale do Lobo

Vale do Lobo betekent ‘dal der wolven’, maar het ooit met pijnbomen begroeide gebied is nu een 400 hectare groot terrein van onvervalste luxe, waar het nauwst met een dier verwante wezen mogelijk een half gek geworden golfspeler is die voor de vijftiende keer poogt uit de bunker te komen. Deze vakantie plaats, op tien minuten rijden van Almansil gelegen, bevindt zich aan de kust en heeft een mooi zandstrand. Maar het zijn niet de stranden die Vale do Lobo beroemd maken, de plaats pronkt met vijf verschillende sportaccommodaties zo zijn er een uitgestrekt golfterrein, prachtige tennisvelden, een fitnesscentrum met squash, gymnastiekzalen, een Turks bad en whirlpools. Vale de Lobo kent niet het jachtige van vele vakantieoorden in de Algarve, men kan er genieten van de luxe in een rustige atmosfeer in de schaduw van dennenbomen en tussen het vaak besproeide groen. Daar bevinden zich de hotels, villa’s en appartementen, die gehuurd of ook verkocht kunnen worden. Bij het complex behoren verder winkels, bars, restaurants, een supermarkt en een nachtclub.

 

Powered by WebScreen BVBA  

   

Home  -  Accommodatie  -  Bezienswaardigheden  -  Algarve/Links  -  Boekingsvoorwaarden  -  Reismogelijkheden  -  Contact/Boeken